Nieuws

Terug

‘Als het tegenzit, blijf ik er niet in hangen’

In de documentaireserie Stuk viel revalidant Daan Buringa (17) op door zijn positieve hou­ding. Hij droomt van een loopbaan als acteur en voorstellingen met zijn eigen theatergezelschap. ‘Mijn spierziekte en dwarslaesie hoeven geen beperking te zijn voor het leven dat ik leuk vind.’

Zenuwachtig was Daan niet toen hij vorig jaar werd gevolgd voor de vierdelige serie Stuk van de VPRO. De documentaire vertelt als een roman de persoonlijke verhalen van een aantal revalidanten tijdens hun revalidatieperiode in Heliomare Revalidatie. De kijker leert Daan kennen door mooi gefilmde scenes. In de bus met zijn toneelgroep, op weg naar een voorstelling waarin hij een rol heeft. Of Daan grappend met zijn vrienden die hem op de grond gooien en doen alsof ze wegrijden. Bellend met zijn mentor die hem vertelt dat hij niet over is naar VWO 6. Ploeterend en zwetend een rolstoeltransfer oefenen. Daan valt vooral op door zijn positieve hou­ding. Na elke uitzending ontvangt hij tientallen reacties. Van men­sen die hem bewonderen om zijn positiviteit en de manier waarop hij met tegenslag omgaat. ‘Mooi’, vindt Daan. ‘Het beeld klopt met wie ik ben. De maker heeft mij goed neergezet. Als het tegenzit blijf ik er niet in hangen en ga ik gewoon weer verder.’

Tegenslag is er zeker. Op zijn achtste jaar wordt bij Daan de spier­ziekte Ataxie van Friedreich vastgesteld. Een spierziekte waarbij men­sen hun bewegingen niet goed kunnen coördineren. Omdat zijn rug­gengraat steeds krommer gaat staan, ondergaat Daan in 2018 een operatie waardoor zijn rug rechter wordt. Daan hoopt dat hij hierdoor ook beter gaat lopen. Na de operatie kan hij alles nog bewegen, maar de volgende ochtend is het gevoel is zijn benen weg. De artsen staan voor een raadsel. Een incomplete dwarslaesie is de conclusie. De rolstoel die alleen wordt gebruikt voor langere afstanden, krijgt vanaf nu een permanente functie. En alsof dat niet genoeg is, horen Daan en zijn zusje Zilver dat hun moeder ongeneeslijk ziek is.

Daan verblijft vijf maanden in Heliomare Revalidatie. Aanvankelijk denkt Daan dat hij wel weer gaat lopen. De revalidatiearts is dan ook verbaasd als hij zegt niet verdrietig te zijn als dit niet meer gebeurt. ‘Na verloop van tijd raakte ik aan het idee gewend. Ik dacht ook: ‘voor de operatie liep ik toch al slecht.’ Overdag is Daan druk met therapieën. ‘Ik leerde aankleden, douchen, katheteriseren en darmspoelen met hulp en rolstoeltransfers maken. Heel nuttig. Ik heb er zoveel aan gehad. Alhoewel ik dingen nu soms op mijn eigen manier doe. Bij een autotransfer slinger ik mezelf gewoon via de deurhandgreep de auto in. Dat gaat sneller dan via een plankje. Ze zeggen dat ik mijn schouders dan teveel belast. Daar heb ik geen last van. De revalidatiearts vindt dat ik zuinig met mijn lijf om moet gaan. Maar ik houd er juist van om lekker wild en gek te doen. Volwassenen zijn sowieso altijd voorzichtig. Bang dat ik val. Als ik op de grond lig, denk ik altijd: ‘straks zit ik vast weer in mijn rolstoel.’ Mijn anti-kiepwieltje van mijn rolstoel gebruik ik liever niet. Zonder maak ik betere wheely’s.’

Daan vindt dat hij is veranderd door alles wat hij het afgelopen jaar heeft meegemaakt. ‘Ik ben volwassener geworden en geniet nog bewuster van de mooie dingen in mijn leven. Aankomende zomer ga ik met vrienden op vakantie. Daar kijk ik erg naar uit. We moeten nog wel uitzoeken of daar thuiszorg is. Dat is eigenlijk het enige wat ik heel irritant vind aan mijn dwarslaesie: dat ik niet meer zelfstandig naar de wc kan. Elke ochtend komt de thuiszorg op een afgesproken tijdstip langs om te helpen. Daardoor kan ik nooit spontaan bij iemand blijven slapen. Verder gaat het goed. Ik kom alleen nog voor controle bij mijn revalidatiearts. Ik heb altijd wat te vragen. Nu wil ik bijvoorbeeld dat ze naar mijn voet kijkt die een beetje is vergroeid. Daarnaast komt er een paar keer per week iemand bij mij thuis die mijn verkrampte spieren en bepaalde druk­punten masseert. Mijn spasmes zijn daardoor afgenomen.’

Soms, als hij in zijn bed ligt, maakt Daan zich wel eens zorgen over de toekomst. ‘Hoe het allemaal zal gaan en of het haalbaar is wat ik wil. Ik heb best grote plannen. De volgende ochtend is dat gevoel weg. Dan focus ik me weer op de dingen waar ik mee bezig ben.’ Die zijn er genoeg. Daan moet hard werken om over te gaan naar VWO 6. Na zijn middelbare school wil hij naar de Kleinkunstacademie. Afgelopen jaar heeft hij met vier vrienden de theatergroep Zwartgat opgericht. Het eerste optreden was een succes. Ze zijn al gevraagd om op een aantal festivals op te tre­den. Daans televisieoptreden is ook niet onopgemerkt gebleven. Binnenkort krijgt hij een rolletje in de serie SpangaS. ‘Spannend en leuk! Maar theater blijft mijn grote liefde.’

‘Als het tegenzit, blijf ik er niet in hangen’